5 Inoefenen woordpakket 9 (9b)

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om je antwoorden te controleren.

1. Werkwoorden met ge-, be-, ver- en her-.
Vul de persoonsvorm in. Let op de tijd.
gebeuren ----- (t.t.) ---- Het vaker dat hij afwezig is.
besturen ------ (v.t.) ---- Met vaste hand hij het land.
verbouwen --- (v.t.) ---- Handige arbeiders mijn huis.
herhalen ------ (t.t.) ---- je dat wel elke dag, Johan?
geloven -------- (v.t.) ---- Mama en papa er niets van.
beloven -------- (t.t.) ---- Mia elke maand te schrijven.
verbreden ----- (v.t.) ---- Toen sterke mannen de autoweg.
genezen ------- (t.t.) ---- Een ploeg knappe dokters de zieke.
gebieden ------- (t.t.) ---- Ik je thuis te blijven.
vergeten -------- (v.t.) ---- Toen we onze paraplu's.

2.Goed nadenken. Vul in.
verbranden
De kip haar vleugels.
Nu is ze helemaal .
kneden
Het brood wordt door de bakker nog eens .
redden
Het kind op zijn beurt een ander kind.
verbreden
De wegenwerkers de al weg.

3. Vul in.
Noemvorm ---------- Stam t.t. ---------------Stam v.t. ------------ Ik heb / Ik ben ...
fluiten --------------- ik -------- ik -----
gaan ----------------- ik -------- ik -----
geven --------------- ik -------- ik -----
hebben ------------- ik -------- ik -----
kijken ---------------- ik -------- ik -----

De Robbert vijfde leerjaar I. Umans