5 Inoefenen woordpakket 7 (7a-2)

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om je antwoorden te controleren.

1. Schrijf het passende werkwoord in de zin.
Let op de schrijfwijze. Noteer de stam.
Kies uit: bijten / antwoorden / eten / hebben / rijden
------------------------------------------------------------------------------ Stam
Als je 't weet, je met luide stem. -----------
hij het goed gezegd? ------------------
Wie door het rode licht , is dom -------------
Kleine zus haar fruitpap. -----------------------
Blaffende honden niet. -------------------------

2. Bij werkwoorden met een d in de noemvorm moet je
dubbel opletten! Vul de pv. in de tegenwoordige tijd. De
noemvorm staat vooraan.
branden ---- Een droge tak vlug.
leiden ------- Wie deze groep?
schudden - Met een harde ruk hij aan de tak.
wedden ---- Ik dat je dat niet op tijd kunt.
kleden ------ Met een wollen jas Lies zich warm.
verbreden -- Een groep arbeiders de straat.
houden ----- je stevig vast aan de leuning.
vermijden -- Op die manier ik veel moeilijkheden.
raden -------- Je nooit wie op bezoek komt.
zenden ------ Met een zender je boodschappen uit.

3. Moeilijk gaat ook! Let op, je moet niet enkel de persoonsvorm
invullen.(Tegenwoordige tijd)
Het verbran vlees bran roken aan.
Vers broo hou ons gezon.
Het verwen kin rijdt wil op het pa.

De Robbert vijfde leerjaar I. Umans