5 Inoefenen woordpakket 4 (4b)

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om je antwoorden te controleren.

Schrijf de volgende woorden in het meervoud. Zet ze in de passende kolom.
oceaan - wisselgeld - kunstenaar - kilo - pagina - sirene - resultaat -
gezondheid - provincie - zeewater - pinda - toerist - bloed - voorwaarde -
gevoelen - radio
Op -en -------------- Op -s ----------------- Op 's ------------------ Geen meervoud
-- -- ------
-- -- ------
-- -- ------
-- -- ------

2. Werkwoorden: de stam en de noemvorm. Schrijf de stam op van het werkwoord.
Noemvorm ----------------- Stam
sterven ----------------------
kneden ----------------------
graven -----------------------
vergeten --------------------
bevelen ---------------------
Noteer de noemvorm.
Tante erft een miljoen. ------
Ze reist naar China. ----------
Ik krab in mijn haar. ----------
Ze bloost heel gauw. --------
Vader verft de voordeur.-----

3. Veelgebruikte werkwoorden: worden, zijn, hebben.
Vul iedere keer het schema aan.
Voorbeeld : Spelen --- ik speel --- jij speelt --- speel jij --- wij spelen
Worden --- ik --- jij --- jij ---
wij
Zijn --- ik --- jij --- jij ---
wij
Hebben --- ik --- jij --- jij ---
wij

De Robbert vijfde leerjaar I. Umans