5 Inoefenen woordpakket 2 (2a-2)

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om je antwoorden te controleren.

1. Vul de ontbrekende letters in. Kies uit:-iaa / -io / -ine.
Schrijf het woord daarna opnieuw.
materl ----------
benz ------------
specl -----------
rad ---------------
rlen -------------
kant -------------
bscoop --------
provincl --------
stadn ----------
mach ----------
specl ----------
natnaal --------
linl -----------------
kampen -------

2.Schrijf het woord bij de passende omschrijving.
antiek -- artiest -- vierkant -- vriendin -- plezier -- diefstal --
sportief -- paniek -- passagier -- kritiek

Een is een figuur met vier gelijke zijden.
Een reist ergens in mee, bijvoorbeeld in een auto.
Meubels die meer dan honderd jaar oud zijn, zijn .
Als je bent, doe je veel aan sport.
Marleen kan niet goed tegen op haar werk.
Een synoniem voor pret is .
Het vrouwelijk van vriend is .
Iemand die optreedt op het toneel is een .
Wie iets steelt, pleegt een .
Er was bij het uitbreken van de brand.

3. Zoek bij de woorden die je schreef in oefening 1 en 2.
Twee woorden met a vooraan = --
Twee woorden met b vooraan = --
Twee woorden met n achteraan = --
Twee woorden met e achteraan = --

De Robbert vijfde leerjaar I. Umans