5 inoefenen woordpakket 16 (16a-1)

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om je antwoorden te controleren.

1. Zoek de persoonsvorm.Noteer dan de noemvorm en de tijd: t.t. of v.t.
Schrijf ten slotte elke zin in de andere tijd.
-------------------------------------------------- Noemvorm --------- Tijd
Hij huurde zijn appartement.---------- -----
Jan weet meteen het antwoord. ---- -----
Het vliegtuig landt op Zaventem. --- -----
Reed je niet te vlug? ------------------- -----
De kinderen zweten in de zon. ------ -----

2. Schrijf de werkwoorden zoals het hoort.
veroorzaken (v.t.) ---------- Een verkeersongeval heel wat verkeershinder.
gebeuren (t.t.) -------------- Gelukkig dat niet elke dag.
worden (t.t.)/ herstellen - De vangrail vandaag nog .
hebben (v.t.)/ opruimen - De brandweer het puin .
rijden (t.t.) ------------------- je wel heel voorzichtig?
doen (v.t.) ------------------- Die chauffeur dat niet.

3. Vul in.
Noemvorm ---------------- Stam t.t. ---------------Stam v.t. ---------- Ik heb / Ik ben ...
vinden --------------- ik -------- ik -----
vliegen -------------- ik -------- ik -----
vragen -------------- ik -------- ik -----
wassen ------------- ik -------- ik -----
willen ---------------- ik -------- ik -----
zeggen ------------- ik -------- ik -----

De Robbert vijfde leerjaar I. Umans