5 Frans Toetswijzer 5.1

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "controleren" om uw antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer u het lastig vindt om een antwoord te geven. Let wel: u verliest punten, wanneer u hints of aanwijzingen vraagt!

Het werkwoord être en avoir.
Schrijf hieronder de vormen van être.
(Zie blauwe kader G1 blz. 27) (=Unité 3).
ik ben ------ je ---------------- wij zijn ----- nous
jij bent ------ tu ---------------- jullie zijn --- vous
hij is ---------- il ---------------- ze zijn -------- ils
zij is ------- elle --------------- ze zijn ----- elles
Schrijf hieronder de vormen van avoir.
(Zie blauwe kader G1 blz. 53)
ik heb ------- j' ------------------ wij hebben ----- nous
jij hebt ----- tu ----------------- jullie hebben --- vous
hij heeft ----- il ---------------- ze hebben --------- ils
zij heeft --- elle --------------- ze hebben ------ elles

De beleefdheidsvorm met vous.
(Zie blauwe kader G2 blz. 56) (Oef. 9 - 10 blz. 57)
Vul in: tu es --- vous êtes --- tu as --- vous avez
Paul, le frère de Ria?
Monsieur, un parapluie?
Madame Delrue, triste?
Romain, un costume?
Madame, une amie de Sarah Dodu?

Je kent al 8 voorzetsels. Vul in.
(Maak ook oefening 23 blz. 63 opnieuw in je boek. Kijk goed naar de tekening.)
bij ----------------- --------------------- in -----------
onder ------------ --------------------- op ----------
voor (plaats) --- ------------------ achter -----
van ---------------- --------------------- voor --------

De Robbert ----- vijfde leerjaar ----- I. Umans