5 Frans Toetswijzer 1.1

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "controleren" om uw antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer u het lastig vindt om een antwoord te geven. Let wel: u verliest punten, wanneer u hints of aanwijzingen vraagt!

1. Het werkwoord être.
Schrijf hieronder de drie vormen van être met het persoonlijk voornaamwoord.
Leer deze vormen goed uit het hoofd.

je
tu
il

2. Ex. 11 pag. 11.
Vul de vormen van être in.

1. Bob un garçon.-------------7. Tu fort.
2. Tu un ami.--------------------8. Je petit.
3. Je un homme.---------------9.- Il vieux.
4. Jérôme un homme.------10. Tu grand.
5. Je un garçon.--------------11. Je grand.
6. Tu un ami.-------------------12.- Il fort.

3. Ex. 12 pag. 12.
Is het un of une? Vul aan met de juiste vorm.
1. T. est fille.--------------7. A. est ami.
2. H. est garçon.--------8. M. est femme.
3. B. est homme.-------9. G. est professeur.
4. C. est fille.------------10. P. est garçon.
5. C. est professeur.-11. A. est femme.
6. J. est ami. -----------12. R. est homme.

De Robbert ----- vijfde leerjaar ----- I. Umans