Wiskunde meten 6 E

4A De Robbert

Geef passend terug met zo weinig mogelijk munstukken.
Begin met de munten met de hoogste waarde.
Schrijf euro en cent voluit.
Je moet 65 cent betalen. Je betaalt met € 1.
Je krijgt dus cent terug
Dat zijn munt(en) van
            munt(en) van
            munt(en) van

Je moet 78 cent betalen. Je betaalt met € 1.
Dat zijn munt(en) van
            munt(en) van

Je moet 31 cent betalen. Je betaalt met € 1.
Dat zijn munt(en) van
            munt(en) van
            munt(en) van
            munt(en) van

Je moet 55 cent betalen. Je betaalt met € 2.
Je krijgt dus € en cent terug
Dat zijn munt(en) van
            munt(en) van
            munt(en) van

Je moet 92 cent betalen. Je betaalt met € 2.
Dat zijn munt(en) van
            munt(en) van
            munt(en) van
            munt(en) van

Je moet 85 cent betalen. Je betaalt met € 2.
Dat zijn munt(en) van
            munt(en) van
            munt(en) van